bericht uit Brazilië

maart 2010

Dit is één artikel uit de nieuwsbrief van Stichting 'Help mij leven'. De complete nieuwsbrief leest u hier.

Beste vrienden,

Ik werd gebeld vanuit een hotel in Rio. Het was een jonge vrouw, Helga, die graag één van de wijken wilde bezoeken waar wij met kinderen werken. De meeste verslaafde straatkinderen kopen de vernietigende crack bij de dealers. Zo snel mogelijk inhaleren zij deze afvalcocaïne in de vieze en levensgevaarlijke omgeving van de drugspunten. In zo’n straat lijkt het net of je op een Nederlandse markt loopt: verschillende kraampjes met mannen die je toeschreeuwen om hun handelswaar te kopen, de ene jongen doet nog meer zijn best dan de ander, iedereen wil natuurlijk winst maken. Het verschil is dat in de kraampjes cocaïne, crack en marihuana te koop worden aangeboden. Gewapende mannen en/of kinderen houden de boel in de gaten. Iedere keer huiver je weer als je er langs moet om het bijlesschooltje te bezoeken en dank je God als je er weer veilig uitkomt. Na de school te hebben bezocht, liepen wij door de hoofdstraat van de wijk.

twee vliegerende jongens Ik hoorde vuurwerk, afgestoken door uitkijkposten aan de rand van de wijk. Dit betekent dat de vijand er aankomt. Wij liepen snel door, hopend dat wij niet lastig gevallen zouden worden. Ineens raasden verschillende drugsdealers op motoren langs ons heen, zwaaiend met hun wapens de vijand tegemoet. Seconden gingen voorbij, toen klonken vele schoten. Wij gooiden ons in een winkel op de grond, binnenin stonden vele bewoners van de krottenwijk. Je hoort wel eens dat de krottenwijkbewoners gewend zijn geraakt aan het geweld, maar wat ik zag was pure angst op het gezicht van een ieder. De dealers stoven weer terug op hun motoren, zij hadden bericht gekregen om zich terug te trekken. Ik stak mijn hoofd om de muur en zag politie binnenkomen. Hoe was het mogelijk dat die drukke hoofdstraat in enkele seconden totaal leeg was!!! Wij wachtten nog even, voordat Helga en ik verder konden. De politie stond om een lijk heen.

Het plan was om nog een andere wijk te bezoeken die in principe veel gevaarlijker is, maar Helga - die eerder zei dat Rio wel meeviel wat veiligheid betreft - had het wel gezien en wilde liefst zo snel mogelijk terug naar de veilige en zuidelijke zone van Rio. Een week later werden acht drugsjongens in diezelfde straat vermoord!!! Wanneer komt hier de vredespolitie?

Sparta - Rio de Janeiro
Net als aan vele andere wijken was aan de Morro da Providência, waar Sparta actief is, allang beloofd om de wijk vrij te houden van drugsdealers door de vredespolitie. Deze politie kent de stad als UPP. Het zijn agenten die net van de opleiding komen en dus nog niet bedorven zijn door corruptie. Met gemiddeld 200 man verblijven zij constant in de wijk, niet zoals voorheen schietend de wijk in stormen om daarna weer te vertrekken. Deze politie zit nu in zo’n zes krottenwijken, vooral in de zuidelijke, mooie zone van Rio. Het blijkt te werken. De mensen zijn weer vrij in hun eigen wijk en kennen geen angst en schietpartijen meer. De mensen durven zelfs met agenten te praten. Tegelijkertijd komt de Gemeente Rio met sociale werken. Tot de Olympische Spelen in 2016 hoopt de Gemeente in 36 wijken een vredespolitie te hebben. Er blijven dan nog honderden wijken over waar de criminelen naar toe zullen vluchten, maar het is een begin. Er is hoop en tenminste honderdduizenden mensen kennen eindelijk vrede!!

Sparta op kamp In januari was weer het hoogtepunt van het jaar voor Sparta: twee groepen van 200 kinderen gingen naar het vakantiekamp in de prachtige natuur (twee uur buiten Rio), georganiseerd door de club. Iedere groep vermaakt zich een week lang met een programma van vele activiteiten, goed eten en met als hoogtepunt een prachtig zwembad. Dit laatste is niet zo gek als je bedenkt dat Rio in februari de tweede warmste plek op aarde was met gemiddeld 41 graden, nog heter dan in de Sahara (het gevoelsklimaat in de stad was zelfs 52 graden).


Op de openingsdag van het bijlesschooltje was het gespreksonderwerp dan ook ‘het kamp’. Met glinsterende ogen vertelde de één na de ander zijn avontuur. Het schooltje heeft er een grote ruimte bij waar nu lessen worden gegeven aan 120 kinderen. Het oude gedeelte wordt gebruikt voor computerlessen.

REMER-Rio

Straatwerk
Hier kom ik met wat cijfers over het jaar 2009. Deze gegevens komen van de straatwerkers. De straatwerkers hebben afgelopen jaar met 268 straatkinderen gewerkt. Met sommigen maar één of twee keer, met anderen iedere dag. Het contact met deze kinderen vindt plaats in de favela Manguinhos (36%) en op de pleinen van Rodoviaria (21%) en São Cristovão (43%). Er worden soms broodjes en limonade uitgedeeld, maar belangrijker is een arm om de schouder en het aanhoren van hun problemen/verhalen om dan samen een oplossing te vinden. De kinderen die dit willen, kunnen met het Volkswagenbusje mee naar Betânia of een ziekenpost. Van de straatkinderen (of om de nieuwe term te gebruiken: ‘kinderen in straatsituatie’) is 72% jongen en 28% is meisje. De grote meerderheid van 86% is tussen de 12 en 16 jaar, 13% tussen de 6 en 11 jaar en twee van hen waren slechts 3 en 4 jaar oud.

straatwerk Flavia was een straatmeisje van 12 jaar toen zij zwanger werd van haar vriend van 15. Zij overleefden in Victoria (hoofdstad van de deelstaat Espirito Santo) van kleine diefstallen. Toen hun zoontje één jaar oud was vertrokken zij naar Rio. Daar woonden zij in een krot in Manguinhos. Flavia’s man werd al snel doodgeschoten bij een bankoverval. Flavia ging werken bij de plaatselijke drugsbende, waar zij snel verslaafd raakte aan cocaïne. Na een aantal foutjes werd zij in elkaar geslagen en moest zij de wijk uitvluchten, haar kind achterlatend bij buren. REMER kwam met haar in contact toen zij 15 jaar was, terwijl zij uiterlijk leek op een vrouw van 44 jaar. Eerst wilde zij nooit naar het inloophuis van REMER, maar toen zij erg ziek was ging zij toch mee en werd doorverwezen naar een ziekenhuis waar zij behandeld werd. Na een week zag Nando haar weer op straat en zag zij er zoveel beter uit. Ook nu weer nam zij de uitnodiging aan om naar Betânia te gaan. In het huis deed zij mee met activiteiten en zij kwam een aantal dagen met eigen transport naar het huis. Zij was toe aan 24uurs-opvang. Wij hadden een ander tehuis voor haar gevonden, maar eerst wilde zij haar zoontje alleen bezoeken. Niemand heeft haar ooit weer gezien. Na een lange zoektocht hebben wij haar zoontje bij de buurvrouw gevonden, ook daar was zij niet gezien. Het gezinnetje, arm als het was, ontfermde zich over het kleine kindje.

De problemen met de politie blijven aanhouden. De politie ervaart de straatkinderen als ‘slecht’. Ze probeert hen steeds te verdrijven van hun plaats. Daarom voelen zij zich altijd opgejaagd en bedreigd. Tevens vinden de kinderen de politie gewelddadig en gevaarlijk. "Ze slaan ons altijd" en "het lijkt wel of zij dat leuk vinden", zijn veel gehoorde uitspraken. De politie neemt hun spullen in beslag en houdt deze voor zichzelf. Of de kinderen het van een ander gestolen hebben, is van geen enkel belang voor de politie. Zelfs lijkt het er soms op dat ze de straatkinderen voor zich laten stelen.

Dit jaar wordt het werk uitgebreid met een eigen Volkswagen busje met chauffeur, zodat dit team het busje niet hoeft te delen met huize Betânia. Vorig jaar, toen wij net twee busjes hadden, werd er één gestolen, die na lange tijd werd teruggevonden. Weliswaar totaal kaal, werkelijk alles wat eraf kon zat er ook niet meer in. Na maanden problemen met de verzekering kregen wij het busje in december geheel opgeknapt weer thuis. Nu pas kunnen we het dus eindelijk gebruiken...

Dominee Carlos is weer terug bij REMER, waar hij nu werkt als chauffeur van het straatwerk. Twee maal per dag worden kinderen overgebracht naar Betânia, daarnaast wordt er veel aan familiebezoek gedaan.

Huize Betânia
In totaal hebben 254 kinderen dit huis bezocht. Van het busstation Rodoviária komen de meesten, omdat deze plek op loopafstand van Betânia ligt. Van hen zijn 113 kinderen doorverwezen naar de kinderbescherming, het ziekenhuis en Huize Nova Esperança. De meeste kinderen komen voor de warme maaltijd, medicatie en een douche, maar er zijn ook verschillende activiteiten waar ze aan deel kunnen nemen. Verder werkt er in het huis een psycholoog die gespecialiseerd is in drugsgebruik. Uit onderzoek blijkt dat van alle kinderen die het huis afgelopen jaar bezochten 25% crack, 26% marihuana, 26% tinner, 18% van alles wat gebruikt en 8% zegt niets te gebruiken. Niets is op straat eigenlijk onmogelijk, maar omdat zij wantrouwig zijn, laten zij deze vraag voor wat hij is. Van deze kinderen heeft 21% nooit meer contact met de familie en 79% af en toe.

Eén van de activiteiten is informeren/alfabetisering. Daar ligt de nadruk veel meer op het inlopen van ontwikkelingsachterstanden dan op de ‘gewone’ ontwikkeling. De jongeren zijn vaak enorm achter. Zo zitten stoere pubers van 16 of 17 jaar een tekening in te kleuren die eigenlijk voor kleine kinderen is bedoeld. Een beer wordt helemaal roze gekleurd, iets wat een normale kleuter al niet meer doet. Sommigen kunnen zelfs de kleuren nog niet eens benoemen.

Op het emotionele vlak is de schade nog veel groter. Vele kinderen hebben trauma’s opgelopen. Daarnaast hebben zij nooit geleerd om gezonde relaties met anderen aan te gaan. Dit zorgt ervoor dat zij van de ene kant sociaal gehandicapt zijn geworden en van de andere kant een totaal vertekend beeld gekregen hebben van hun eigen situatie en de werkelijkheid om hen heen. Kinderen moesten eens opschrijven waar zij het meest bang voor zijn. Opvallend was dat oude jongens bang zijn voor duisternis. De verklaring is simpel. Wanneer het donker wordt, ga ik naar binnen, doe het licht aan en vermaak mij. De duisternis is niet bedreigend voor mij. Voor hen is dat anders, wanneer het donker wordt moeten de straatkinderen op hun hoede zijn, de straten zijn leeg en zij kunnen de vijand niet zien. Daarom slapen veel kinderen overdag en dat merken wij in huis, daar voelen zij zich veilig en vallen snel in slaap.

Wij merken dat Huize Betânia te klein is voor het werk dat we er willen doen. Er moeten meer zalen komen en vooral een buitenruimte, want de kinderen voelen zich, omringd door de vele kleine en vooral bloedhete kamertjes, ongemakkelijk. Dit betekent dat wij op zoek gaan naar een andere ruimte voor huize Betânia. Dit huis moet in de cirkel komen te liggen waar wij met de kinderen werken, niet ver van het centrum van Rio. Om een goede ondergrond te hebben van kwalitatieve fases als Straatwerk en Betânia hebben wij de plannen voor een kliniek voor crackkinderen voorlopig uitgesteld. Wij willen toch de Gemeente en de staat wijzen op hun verantwoordelijkheid om klinieken op te zetten.

Huize Nova Esperança
Dit huis is op 16 januari gesloten. Tijdens de strategiesessies van afgelopen jaar heeft REMER de verslaafde straatkinderen in Rio tot belangrijkste doelgroep gekozen. Omdat onze statuten openstaan voor ‘kinderen in risicosituaties’, stuurde de kinderrechter de laatste tijd steeds vaker kinderen naar dit woonhuis die soms helemaal niet op straat hadden gewoond, maar bijvoorbeeld door drugsdealers de wijk werden uitgezet. Door deze plaatsting zat het huis vaak vol en kon de maatschappelijk werkster van REMER de straatkinderen van Betânia niet in ons eigen woonhuis plaatsen.

In juli/augustus barstte bovendien een oorlog los tussen twee rivaliserende krottenwijken tegenover het woonhuis. Hoe kun je verslaafde kinderen opvangen op 100 meter afstand van veel geweld en drugs? Toen ook nog eens de moeilijke financiële situatie erbij kwam, heeft REMER besloten om dit huis te sluiten. Op dit moment denken we na over een mogelijke verkoop van het huis, zodat we in de toekomst in een rustige omgeving een nieuwe kliniek kunnen starten voor verslaafde straatkinderen. In de loop van dit jaar kijken wij eerst wat de Gemeente zal doen, omdat zij nu eindelijk beloofd heeft om daadwerkelijk klinieken op te zetten voor de aan crack verslaafde kinderen. Het huis werd bewoond door 28 kinderen in 2009.

Jacarézinho
In de tweede grootste krottenwijk van Rio is REMER in samenwerking met de plaatselijke methodistenkerk bijlessen gaan geven aan de armste kinderen in de wijk. Er is een enorm grote belangstelling, maar dit jaar kon er gewerkt worden met 80 kinderen en 2 leraressen. Iedere ochtend 40 en ‘s middags een andere groep van 40. Acht kinderen zijn in de loop van het jaar gestopt om verschillende redenen, maar 72 zijn doorgegaan. De meesten hebben het schooljaar goed afgemaakt of zijn weer op het spoor gezet om terug te gaan naar school. Wij hoopten dit jaar het aantal kinderen te kunnen verdubbelen naar 160, maar jammer genoeg kon dit - door gebrek aan financiën (€ 775 maandelijks) - niet doorgaan.

REMER-Minas

Sítio Shalom
Het afgelopen jaar hebben in totaal 50 kinderen op de Sítio gewoond: 58% jongens en 42% meisjes in de leeftijd van 2 tot 15 jaar. De kinderbescherming doet er alles aan om de kinderen steeds korter op de Sítio te laten wonen en hen te plaatsen bij familie of een vervangend gezin.

Triest is de zaak van de elfjarige Gustavo. Hij kreeg ineens te horen dat hij van de rechter terug moest naar zijn moeder, die alcoholist is en weinig naar hem omkeek. Hij wilde helemaal niet terug, maar wij konden niets doen omdat het ging om een gerechtelijk bevel. Gustavo is een klein stoer ventje dat niet gemakkelijk zijn emoties laat zien. Na een lang gesprek en na afscheid genomen te hebben van iedereen, stapte hij in de auto. Wanneer het hem maar even lukte belde hij ons op met steeds dezelfde vraag: "Ik wil zo graag terug!" Op een gegeven moment kregen wij het bericht dat hij geprobeerd had zichzelf te doden. Eindelijk heeft zijn moeder nu ook aangegeven dat zij niet voor hem kan zorgen en de kinderbescherming is nu op zijn gemakje bezig (gaat allemaal heel traag) om hem weer op de Sítio te krijgen.

Tegelijkertijd is er een twaalfjarig meisje op de Sítio geplaatst die al op jonge leeftijd seksueel is misbruikt en steeds vaker opdook in de prostitutie. Wat was het mooi om te zien hoe de andere meisjes van de Sítio haar bij aankomst zo liefderijk ontvingen. Het leek wel of zij alle pijn en leed van haar zo intens voelden, terwijl zij binnenkwam met een gezicht van ‘wie zijn jullie dan wel’!

In de vakantiemaand januari gingen verscheidene kinderen op bezoek bij een familielid of naar een vervangend gezin in de hoop bij deze mensen in de toekomst een vaste plaats/adoptie te krijgen. De kinderen die hier bleven werden vermaakt met verschillende activiteiten en uitjes. De coördinatrice hiervan, Guta, is verhuisd naar Rio om daar te gaan werken als coördinatrice en mijn vrouw Janine heeft haar baan overgenomen en zal REMER-Minas leiden.

In 2009 kwam 97% van onze inkomsten uit Nederland. Dit jaar komt er eindelijk meer steun vanuit de plaatselijke gemeentes, namelijk 11% van onze inkomsten. Dit proberen wij steeds meer uit te breiden. Daarbij komt dat ons werk ook gesteund zal worden door de HSBC-bank. Van de 100 ingediende projecten uit de staat Minas bleven er uiteindelijk 5 over, waaronder REMER. Dit geld zal gebruikt worden voor activiteiten en cursussen voor alle kinderen van de Sítio. In huis 7 komt een ruimte voor computers, bijlessen, alfabetisering en een bibliotheek. Onder leiding van een pedagoge zullen hier van maandag tot vrijdag leraressen en vrijwilligers met de kinderen bezig zijn. De opening zal eind maart zijn!

Doordat de huizen op dit moment al bemand worden door 2 groepsleidsters en iedereen dus minder werkt, merken wij dat er meer aanvragen zijn om hier te komen werken. Treffend zei Janine dan ook: "Eindelijk kan ik er één uit verschillende kandidaten kiezen, vroeger moest ik degene die zich aanbood gelijk binnenhalen!" Je merkt dan ook dat de sfeer erg goed is en iedereen het naar zijn zin heeft. Alle kinderen gaan zondagmorgen naar de kindernevendienst van de methodistenkerk in Pequeri. ‘s Avonds is een ieder vrij om te kiezen wat hij of zij wil. Bijna alle kinderen gaan dan toch naar een drietal verschillende kerken in Pequeri.

Tijdens carnaval zijn 30 kinderen naar een kamp geweest van de methodistenkerk. Drie daarvan kregen tijdens die dagen verkering!!

Terwijl ik dit schrijf word ik geroepen door onze tuinman die een giftige slang in zijn broek had hangen. Wat een geluk dat de slang niet doorbeet en dat het niet één van de kinderen was. Dat een kind gebeten is, is 'gelukkig' maar één maal gebeurd (in 2000) en dat liep gelukkig goed af na een aantal injecties in het ziekenhuis.

Casa de Estudantes (studiehuis)
In december/januari en tijdens carnaval hebben de jongeren uit het studentenhuis in Juiz de Fora op de Sítio gelogeerd. Tijdens de schoolperiode verlangen zij naar deze voor hen bijna ‘ouderlijke omgeving’ waar ze in de vakantie naar terug gaan. De kinderen die hier wonen vinden het prachtig om hun ‘oudere broers en zussen’ te ontvangen en zijzelf voorzien iedere keer weer de huidige inwoners van de Sítio van goede raad en ze vertellen verhalen over hoe het allemaal was.

Marcio, die in het studentenhuis woonde en een kraker bleek in het volleybalteam van de school Granbery, heeft een beurs gekregen in het methodisteninstituut in de hoofdstad Belo Horizonte en traint nu bij een goed volleybalteam uit die stad. Hij zei bij zijn afscheid dat hij erin gelooft om ooit prof te worden en wie weet bij het nationale team te komen.

Vroeger woonden in dit huis 14 jongeren, dit jaar zakken wij naar 10, zodat in de vijf kamers steeds twee jongeren slapen. Eerder waren er dat soms vier, wat uiteindelijk niet goed was om schoolwerk te doen. Omdat het om een studentenhuis gaat hebben wij dus gekozen voor maximaal 10 jongeren.

Ik eindig deze brief dan weer zoals altijd met jullie waanzinnig te bedanken voor iedere steun in welke vorm dan ook. Ik dank God dat Hij ons zo trouw is en in de harten van vele mensen liefde legt om de kinderen in Brazilië te helpen!!

Ik vraag jullie dan ook met die steun door te gaan om hier het werk te kunnen voortzetten en door ervaring en kwaliteit een blijvende steun in de rug te geven aan al die kinderen die in risicosituaties hier leven!!

Met de vriendelijkste groeten van Oetsia, Moises, Janine en Robert Smits