bericht uit Brazilië

december 2010

Dit is één artikel uit de nieuwsbrief van Stichting 'Help mij leven'. De complete nieuwsbrief leest u hier.

Beste vrienden,

geweld in de krottenwijkenVelen van jullie herinneren zich vast nog wel de woorden van Neil Armstrong toen hij de eerste stap op de maan zette: “een kleine stap voor de mens, een gigantische sprong voor de mensheid”. Eind november trok in Rio de Janeiro het leger en de politie de favela ‘Complexo Alemão’ in met tankvoertuigen en helikopters. Deze krottenwijk is het misdaadbolwerk van de ‘Comando Vermelho’, de grootste drugsbende van Rio. Toen ik de beelden van honderden op de vlucht geslagen drugssoldaten op de televisie zag moest ik aan die woorden van Armstrong denken. In Rio zijn in het afgelopen jaar ongeveer 15 favela’s bevrijd van gewapende drugsbendes. Wijken waar voor het eerst sinds tientallen jaren weer vrede heerst.
De drugsbazen worden daar natuurlijk niet blij van en zij organiseerden een grote tegenactie door vele bussen en auto’s in de brand te steken om daarmee angst in te boezemen onder de bevolking die niet in de favela’s wonen. ‘Complexo de Alemão’ werd door velen als een onneembare vesting beschouwd en vanuit dit bolwerk kwam het bevel om onrust te zaaien.
Maar niemand had verwacht, dat juist daar, na een inval van de politie de drugssoldaten op de vlucht sloegen. Deze indrukwekkende beelden, die iedereen live op televisie kon zien, toonden dat het echt mogelijk is om iedere favela vrij te maken van de tirannie van drugsbendes. Het eenzijdige beeld van de gewelddadige macht van de drugssoldaat is aangetast en in de ongeveer 900 favela’s waar de bendes nog de baas zijn is er de stille schreeuw: “bevrijdt ons!”. Tegelijkertijd vraag ik mij af: “Waarom heeft het meer dan 30 jaar geduurd, waarom niet eerder?”. Meer dan honderdduizend mensen, vooral jongeren, zijn in die tijd vermoord.


REMER-Rio

Straatwerk

Ik vertel vaak dat als je 10 straatkinderen in een kring zet daarvan 7 jong zullen sterven. Maar ik kan nog steeds niet zien welke drie het uiteindelijk zullen redden. Een mooi voorbeeld is Ratinho. Wij zagen hem voor het eerst op straat in 1994. Hij was toen 8 jaar. Zijn vader, die door een drugsbende werd vermoord, heeft hij nooit gekend en thuis was het één grote armoede. Zijn moeder werkte voor de drugsbende en Ratinho was altijd op het plein Central. Samen met zijn 10-jarige zus Vania, de 12-jarige broer Robson en zijn beste vriendje Fernando maakte ze het plein onveilig. Vooral Ratinho was erg slim in het ontfutselen van horloges en portemonnees. Zo nu en dan wist de politie hem op te pakken en kwam hij in een kindergevangenis terecht. Meestal wist hij dan binnen een paar dagen te ontsnappen.
Uiteindelijk hadden de politieagenten, die het plein schoon moesten houden, daar schoon genoeg. In plaats van de gevangenis werd Ratinho steeds harder in elkaar geslagen. Al op jonge leeftijd toonde het lichaam van het jochie vele littekens. In die jaren werkten Nando, Luzilda en de Braziliaanse vrijwilliger José Cassio 3 avonden in de week op het plein Central. Er waren vele kinderen op straat, er werd brood en limonade uitgedeeld, spelletjes gedaan en de wonden werden weer behandeld. De twee vriendjes waren er altijd, maar op een hoge uitzondering na, kwamen ze nooit naar ons woonhuis. Wel zorgden zij vaak voor ruzie bij het verdelen van de broodjes, zodat zij uiteindelijk meer dan anderen hadden. Dit stonden de ouderen weer niet toe en er vielen weer rake klappen.

Kinderen op straatIn diezelfde tijd woonde José, een zakenman, in een chique wijk van Rio. Hij werd beroofd door straatkinderen en was daardoor zo getroffen dat hij besloot om die kinderen juist een helpende hand te bieden. Hij koos voor REMER om iets te kunnen doen. Het zat hem niet mee want op de allereerste avond werd hij op de proef gesteld doordat een jochie zijn bril pikte. José, met glazen van min 7, moest door Nando thuis gebracht worden. De bril werd de volgende dag bij het woonhuis van REMER ingeleverd en José werd een trouwe medewerker.
Thuis op een regenachtige zaterdagavond zat José met 2 zakenvrienden uit São Paulo, heerlijk bij een glas wijn, over REMER te vertellen. Ineens kreeg José het heldere idee om hen uit te nodigen om een kijkje te nemen op het toen gevaarlijke plein Central. Zij zetten de auto op een afstand van 200 meter en liepen over het plein naar de plek waar de kinderen lijm snoven. De meeste kinderen waren blij om José te zien en omarmde hem dan ook. Op een gegeven moment kwamen Ratinho en Fernando er aan en zij riepen: “heb je nog broodjes voor ons over?”, José sprak toen de onsterfelijke woorden: “Nou eigenlijk heb ik die niet eens meegenomen!”. Wat toen volgde was het onvergetelijke beeld van 3 rijke zakenlui, die de hun luie stoel verruilden voor een run van 200 meter naar de auto achterna gezeten door 2 straatjochies van 8 jaar, die hen met modder bekogelden. José heeft nog jaren voor ons als vrijwilliger gewerkt, maar nooit meer alleen!

Ratinho zat steeds vaker en langer in de jeugdgevangenis, terwijl zijn moeder stierf aan aids en zijn broer Robson om kwam bij een roofoverval. Vanaf zijn 17e kwam hij steeds vaker naar ons inloophuis waar hij graag verbleef, maar waar wel alles moest gaan op zijn manier. Geweld, waarbij bijvoorbeeld de maatschappelijk werkster werd overgoten met benzine om dan op zoek te gaan naar een lucifer, was scheering en inslag. Ratinho was een jongen waar van je enerzijds hoopte dat hij niet naar ons inloophuis kwam. Anderzijds als hij er weer werd uitgezet moest hij regelmatig huilen, want diep in zijn hart wilde hij zo dolgraag blijven maar het lukte hem gewoon niet. Kort daarna stierf ook zijn oudere zus, op straat geveld door een kogel tussen haar ogen. Ratinho raakte helemaal door het dolle heen, roofde meer dan ooit en ging van de jeugdgevangenis naar de gewone gevangenis. Een maand geleden kwam hij opeens naar huize Betânia om te vertellen dat hij nu een baan heeft, voor de 2 kinderen van zijn overleden zus zorgt en trouw naar de kerk gaat. Elke keer verbaas ik mij weer over wie dood gaat en wie het overleeft!

Een paar dagen geleden ging ik mee naar Manguinhos met het straatteam. Ik keek in de ogen van de tientallen kinderen, die crack gebruiken en zag geen beweging. Het leek alsof zij al dood waren. Kinderen die sliepen, maar echt op geen enkele manier wakker werden. Iedereen werd uitgenodigd om naar de plek te gaan waar de groep bij elkaar komt, even weg uit deze hel. Uiteindelijk zijn 12 kinderen op de uitnodiging ingaan. Met een ieder wordt gepraat, maar vooral het geven van een dikke kus op het voorhoofd en het omhelzen van een ik-weet-niet-hoe-lange puber, zorgt er voor dat de kinderen weer even lachen. Even zijn ze trots dat er van hen gehouden wordt, voordat zij de hel weer instappen en soms gaat een jochie of meisje mee naar het inloophuis.

Inloophuis Betânia

straatkinderen in casa BetaniaDe stad moet worden schoon gemaakt. Rio is hot met de VN Aarde-top, de Confederatie Cup, het WK en de Olympische Spelen. Langs de weg vanaf het vliegveld naar het centrum zijn grote wanden geplaatst zodat men niet meer de favela’s kan zien. Krottenwijken in het centrum worden van een pittoresk kleurtje voorzien. De straatkinderen worden van de pleinen verdreven en moeten zich steeds meer en sneller verplaatsen. Dit heeft tot gevolg dat velen de pleinen verlaten voor een plek in een favela waar de buitenwacht hen niet meer ziet, maar waar het wel veel gevaarlijker voor hen is. 85% van de straatkinderen die altijd lijm en terpentine gebruikte is nu verslaafd aan crack, een zeer dodelijke drugssoort, waardoor zij vaak nog maar een paar jaar te leven hebben. De kinderen die naar ons huis komen zijn meestal zo dodelijk vermoeid dat zij de verplichte douche nog maar net kunnen nemen om daarna in een diepe slaap te vallen. Wat ik nog nooit eerder had gezien was een kind dat tegen de muur slapend gewoon een boterham at! Honderden kinderen hebben dit jaar het huis bezocht, menigeen werd naar de kinderbescherming gebracht, maar waren veelal snel weer gevlucht naar de straat. Eenvoudigweg omdat er in heel Rio geen enkel huis bestaat voor aan crackverslaafde straatkinderen.
Voordat ik naar Nederland ging waren er ver gevorderde gesprekken met de Gemeente Rio om zo’n huis in 2011 te openen. REMER zou zorg dragen voor het maatschappelijk werk en de Gemeente voor het eten en de gezondheidszorg. We hebben al een prachtig huis met veel groen rondom op het oog. Nu kom ik weer terug in Brazilië en is de betreffende gemeentesecretaris en zijn team ontslagen. Gelukkig ziet het Openbaar Ministerie, de Kinderbescherming en de Gemeente wel in dat deze kinderen geholpen moeten worden, al is de motivatie wel verschillend. Wij gaan ons in ieder geval 100% inzetten om de kinderen deze enige kans om te overleven in 2011 te bieden. Moises (15 jaar) werd in Manguinhos aangetroffen. Hij is één van de weinige die in een ziekenhuis afkickt en thuis kan blijven wonen, omdat zijn hele familie hem steunt en begeleidt. Voor de meeste kinderen geldt dit gewoonweg niet. Zij hebben vaak niet eens of nauwelijks een familie.

Jacoline, een jonge vrouw uit Reeuwijk, werkt nu als vrijwilligster met een visum voor 2 jaar in huize Betânia. Zij heeft al eerder een half jaar in Pequeri gewerkt. Wij zijn heel erg blij met haar hulp!


REMER-MG

Kinderen helpen met de moestuinSitío Shalom
De zomervakantie komt er weer aan voor de kinderen. Een record van 90% van de kinderen zijn over gegaan naar de volgende klas. Vijf kinderen zullen de boerderij verlaten omdat een familielid of een pleeggezin zich over hen zal ontfermen. Steeds meer benadrukt de kinderbescherming dat de kinderen niet te lang op de Sitío mogen blijven maar in een gezin geplaatst moeten worden. Samen met de kinderbescherming zoeken wij naar een plaats vervangend gezin, al hoewel dat niet altijd helemaal goed gaat. Zoals Eliane die terug werd gebracht naar de boerderij, omdat zij als 11-jarige te moeilijk zou zijn. Nog erger, er werd zelfs gevraagd af wij haar niet wilden ruilen voor een jonger kind!
Financieel gaat het een stuk minder goed met het werk omdat onze President Lula overal verkondigt hoe economisch goed het met ons land gaat. Toch is dat in praktijk heel anders. Wij zouden geld moeten ontvangen via de omringende gemeentes, maar die klagen weer dat zij minder van de Staat ontvangen, zodat de kinderen weer eens de dupe zijn. Dit ook omdat in Brazilië alles om politiek gaat en de kinderen leveren helaas geen stemmen op. Gelukkig komt er wel steeds iets meer hulp van kerken en bedrijfjes. Voor 2011 komt de hulp nu voor 30% vanuit Brazilië en 70% vanuit Nederland. De Braziliaanse financiële hulp was twee jaar geleden nog maar 2% van onze begroting. Van de week zaten Janine en ik de hele nacht te bomen over alle moeilijkheden van het werk en vroeg zij zich af of wij nog wel door konden gaan.

De volgende dag werden wij gebeld door Robertinho die jaren op de boerderij heeft gewoond en waar hij 3 jaar geleden op 18-jarige leeftijd is vertrokken. Hij vertelde dat hij nu een goede baan heeft en hoe goed het met hem gin. Daarnaast vertelde hij hoe belangrijk wij voor hem zijn geweest, hoe het werk van REMER zijn leven heeft veranderd en hoe hij nu positief tegen alles aankijkt. Hij zei verder dat hij vaak aan anderen vertelt dat dit geen gewoon weeshuis is, maar een plaatsvervangend gezin waarin hij veel heeft geleerd. Dit was een wonderlijke ervaring voor Janine en mij om weer eens bemoedigd mogen worden door één van de jongeren die hier heeft gewoond. Twee dagen daarna waren wij getuigen van het huwelijk van Katia en Anderson. Katia heeft jarenlang op de boerderij en in het jongerenhuis gewoond. Wat een blijdschap was het voor haar en natuurlijk ook voor ons, dat wij daarbij aanwezig waren. Zij woont in een dorp op 45 minuten afstand van Pequeri. De hele familie van haar man, die gemeentewerker is, is wel arm, maar het was prachtig om te zien hoeveel werk zij hadden gemaakt van deze dag. Ik moest de prachtige bruidstaart voor het bruidspaar ophalen bij een huis waar ik zoveel troep zag dat ik even aarzelde voordat ik een hap nam. Janine zat heerlijk te eten, die heb ik het maar niet gezegd!
Op de boerderij hebben wij nu twee vrijwilligsters uit België en één vrijwilliger uit Nederland die allerlei taken verrichten. Door alle verschillende culturen is het hier weer een stuk gezelliger.

Jongerenhuis Juiz de Fora
Huiswerk maken achter de computerOp Thiago na zijn alle jongeren over naar de volgende klas. Thiago is nu 16 jaar en heeft het erg moeilijk met leren. Het feit dat hij naar een gewone lagere school gaat waar veel problemen zijn bevordert dat ook niet echt. Een paar jaar geleden zou hij bijna geadopteerd worden. Hij ging al verschillende weekenden en vakanties naar het gezin toe. Na één flinke ruzie heeft het echtpaar besloten hem niet te willen adopteren. Dit gebeuren heeft Thiago erg aangeslagen en hij is veel agressiever geworden. Mede door zijn leerproblemen hebben wij besloten hem weer terug te plaatsen op de boerderij, waar wij hem van dichtbij hopen te helpen. Zelf was hij er gelukkig ook wel blij mee. Waarom willen gezinnen andere kinderen wel helpen, maar geven ze de moed ook zo snel op als het maar even tegen zit? Een toch al getraumatiseerd kind krijgt dan opnieuw weer een klap.

Aan het einde van 2010 kijken wij terug op een toch moeilijk jaar met ook wel weer veel overwinningen. Soms lijkt het maar zo klein en weinig, maar iedere overwinning is een feest! Ieder leven is zo ontzettend belangrijk. Wij zouden alles overhebben voor ons eigen kind, maar als het gaat om de kosten van een ander kind gaan wij ineens fanatiek rekenen en verkondigen dat het allemaal wel eens te duur zou zijn. Niets is minder waar!

Ik wil jullie in ieder geval ontzettend bedanken voor jullie steun in welke vorm dan ook. Jullie haken niet af want samen weten we dat er nog zo ontzettend veel te doen is en voor die steun danken wij jullie zo ontzettend!
In de naam van alle kinderen en medewerkers wensen wij jullie Gods Rijke Zegen toe met de herdenking van het echte kerstverhaal en natuurlijk een ongelofelijk gezond en goed 2011 toe,

Met zeer vriendelijke groet,

Oetsia, Moises, Janine en Robert Smits